roland garros tennis player

Prijzengeld Roland Garros: compleet overzicht

Kaj Vermeer Kaj Vermeer
10 december 2025
Laatste update: 10 december 2025

Roland Garros is meer dan gravel, glijpartijen en epische vijfsetters. Het is óók een economische motor: een Grand Slam waar in totaal €56,352 miljoen aan prijzengeld wordt verdeeld. Carrières worden er gemaakt (of gered) en de discussie over een “eerlijke verdeling” laait elk jaar opnieuw op.

In dit artikel krijg je een uitgebreid, helder overzicht van het prijzengeld: van kampioenenbedragen tot kwalificatiegeld, van enkelspel tot dubbelspel, én waarom het voor veel spelers onder de top nog steeds krap rekenen is.

Wat bedoelen we met “prijzengeld” bij Roland Garros?

Met prijzengeld (prize money) bedoelen we het totaalbedrag dat Roland Garros uitkeert aan spelers over alle onderdelen van het toernooi. Denk aan:

  • Enkelspel (heren en dames)
  • Dubbelspel (heren en dames)
  • Kwalificaties (voor spelers die zich nog moeten plaatsen voor het hoofdtoernooi)
  • Vaak ook: gemengd dubbel, rolstoeltennis en andere categorieën (afhankelijk van de officiële verdeling per jaar)

Belangrijk: prijzengeld is bruto. Daar gaan nog kosten en heffingen vanaf (hierover later meer).

De grote lijnen: totale prijzenpot en de trend

De totale prijzenpot van Roland Garros is de afgelopen jaren stap voor stap gegroeid. Dat komt door een mix van factoren:

  • stijgende inkomsten uit tickets, sponsoring en mediarechten
  • concurrentie met andere Grand Slams (niemand wil “achterblijven”)
  • druk vanuit spelers(organisaties) om vooral de onderkant van het deelnemersveld beter te belonen
  • inflatie en hogere reis-, coach- en teamkosten

Wat je bijna altijd ziet: de topprijzen stijgen mee, maar de echte discussie gaat vaak over de vraag of het geld voldoende doorstroomt naar spelers die vroeg verliezen of in kwalificaties stranden.

Prijzengeld enkelspel (heren & dames): de bedragen per ronde

Bij Roland Garros is het prijzengeld in het enkelspel voor mannen en vrouwen in grote lijnen gelijk verdeeld. Het verschil tussen “een mooi toernooi” en “financieel ademen” kan echter al na één of twee rondes enorm zijn. Het mooie is ook dat de mannen en vrouwen, net als bij Wimbledon, gelijk betaald krijgen.

Enkelspel – hoofdschema (per speler)

  • Winnaar: €2.550.000
  • Finalist: €1.275.000
  • Halve finale: €690.000
  • Kwartfinale: €440.000
  • Achtste finale (R16): €265.000
  • Derde ronde (R32): €168.000
  • Tweede ronde (R64): €117.000
  • Eerste ronde (R128): €78.000

Wat valt op?

  • De sprong van kwartfinale → halve finale → finale → titel is gigantisch.
  • Tegelijk: ook de eerste ronde is financieel relevant, zeker voor spelers die niet wekelijks diepe runs maken.
  • Voor de subtop is “één rondje winnen” vaak het verschil tussen verlies draaien of de tourkosten dekken.

Kwalificaties: het stille fundament van het toernooi

Kwalificaties zijn meedogenloos: meerdere wedstrijden vóór het echte “grote podium”, vaak met minder media-aandacht, maar met enorme inzet. Voor veel spelers is kwalificatiegeld niet “bonus”, maar noodzaak.

Enkelspel – kwalificaties (per speler)

  • Eerste kwalificatieronde: €21.000
  • Tweede kwalificatieronde: €29.500
  • Derde kwalificatieronde: €43.000

Waarom dit zo belangrijk is

  • Spelers in kwalificaties hebben meestal wél dezelfde kosten (reis, verblijf, begeleiding), maar niet dezelfde inkomsten.
  • Wie kwalificaties speelt, heeft vaak minder sponsorbuffer.
  • Een plek in het hoofdschema is niet alleen sportief, maar ook financieel een klap omhoog.

Dubbelspel: per team (dus delen door twee)

Dubbelspel wordt nog vaak onderschat door het grote publiek, maar is voor veel spelers een cruciale pijler: sommigen bouwen er hun hele carrière op, anderen gebruiken het om rankingpunten en ritme te pakken.

Let op: dubbelspelbedragen zijn per team. Dus als er staat “€590.000”, dan is dat voor het koppel samen (en gaat er in de praktijk meestal nog management/tax/kosten vanaf).

Dubbelspel – hoofdschema (per team)

  • Winnaars: €590.000
  • Finalisten: €295.000
  • Halve finale: €148.000
  • Kwartfinale: €80.000
  • Achtste finale (R16): €43.500
  • Tweede ronde (R32): €27.500
  • Eerste ronde (R128): €17.500

Per speler (simpel gedeeld door twee, vóór kosten)

  • Winnaar: €295.000 p.p.
  • Eerste ronde: €8.750 p.p.

Waarom dubbelspel relatief lager ligt

  • Het trekt doorgaans minder tv-minuten en stadionpubliek dan enkelspel.
  • Het “verdienmodel” (mediarechten, tickets, prime time slots) leunt zwaarder op enkelspel.
  • Toch: voor specialisten kan dubbelspel juist stabieler zijn dan de enkelspel-molen.

Waarom het prijzengeld zo’n discussiepunt is

Op papier lijken de bedragen absurd hoog – en voor de top zijn ze dat ook. Maar tennis is geen teamsport met gegarandeerde salarissen. Het is een piramide:

  • De top verdient extreem veel (prijzengeld + sponsoren + exhibities).
  • De brede middenmoot moet scherp plannen, reist veel en heeft wisselende inkomsten.
  • Spelers buiten de top 100–200 kunnen ondanks “pro-status” financieel kwetsbaar zijn

Veel pleidooien draaien om:

  • hogere bedragen in de vroege rondes
  • beter kwalificatiegeld
  • soms ook: betere spelersvoorzieningen (reiskosten, accommodatie, begeleiding)

Wat houdt een speler netto over? (De realiteit achter “€78.000”)

Bruto prijzengeld is één ding. Netto is een ander verhaal. Een (sterk vereenvoudigd) overzicht van wat eraf kan gaan:

1) Belastingen

  • Afhankelijk van het land, verblijf en regels rondom sportinkomsten in het gastland.
  • Grote toernooien brengen vaak fiscale complexiteit met zich mee.

2) Management/agent

  • Commissies variëren, maar een percentage op inkomsten is gebruikelijk.

3) Coach + teamkosten

  • Coach (dagtarief of weekdeal), soms ook fysiotherapeut, hitting partner, trainer.
  • Hoe hoger je niveau, hoe groter je team vaak wordt.

4) Reis en verblijf

  • Vluchten, hotels/appartement, eten, lokale transfers.
  • Roland Garros is Parijs: niet de goedkoopste plek.

5) Materiaal & begeleiding

  • Rackets, bespanning (en vaak véél bespanning), kledingcontracten (als je die al hebt), hersteltools.

Voorbeeld (indicatief, om gevoel te geven)

Stel: een speler verliest in de eerste ronde enkelspel en ontvangt €78.000 bruto.

  • Na belastingen en commissies kan er al snel een flinke hap af zijn.
  • Tel daar reiskosten en teamkosten bij op, en de “winst” kan verrassend klein worden – zeker als je een groter team hebt, of als je weinig sponsorinkomsten hebt.

Kortom: voor topspelers is een early exit nog steeds “oké”. Voor de subtop kan het nét het seizoen redden, of juist niet.

Roland Garros vs andere Grand Slams

Totale prijzenpot (2025) per Grand Slam

  • Roland Garros (Parijs, gravel): €56,352 miljoen
  • Wimbledon (Londen, gras): £53,5 miljoen
  • US Open (New York, hardcourt): $90 miljoen
  • Australian Open (Melbourne, hardcourt): AUD $96,5 miljoen

Wat valt op?

  • US Open staat bekend als de “money leader”: in absolute zin (en vaak ook na omrekening) is de totale pot doorgaans het hoogst. Dat past bij de enorme commerciële markt, sterke sponsorwaarde en Amerikaanse tv-deals.
  • Wimbledon is traditioneel en extreem premium geprijsd: minder “show”, maar wel een merk dat wereldwijd topwaarde heeft. De totale pot is groot, maar het verhaal zit vaak in hoe het verdeeld wordt en de kostenstructuur rond Londen.
  • Australian Open groeit stevig door: de AO heeft de laatste jaren flink opgeschaald, mede door positionering als openingsmajor en sterke Australische markt/organisatie.
  • Roland Garros zit qua totalen in de top, maar niet altijd op #1: het blijft een megapot (tientallen miljoenen), alleen is het verschil met bijvoorbeeld de US Open vaak zichtbaar.

Waarom de “totale pot” niet het hele verhaal is

Zelfs als één Slam “meer” heeft, kan een andere Slam:

  • royaler zijn in vroege rondes (belangrijk voor spelers buiten de top),
  • meer in kwalificaties steken,
  • dubbelspel/mixed/rolstoeltennis anders belonen,
  • of een andere kostenrealiteit hebben (bijv. verblijf/leven in Londen vs Parijs vs New York vs Melbourne).

Slotwoord

De Eredivisie-begrotingen van 2026/26 laten opnieuw zien hoe groot de verschillen in Nederland zijn. Ajax, PSV en Feyenoord blijven in hun eigen financiële wereld spelen, terwijl clubs als AZ, Twente en Utrecht slim bouwen en dichterbij kruipen.

Onderaan maken de kleinere clubs er het maximale van met beperkte middelen, vaak geholpen door een sterke clubcultuur en slimme keuzes. Wat alle teams gemeen hebben: een helder plan, een herkenbare koers en de wil om te blijven groeien. Het belooft een seizoen te worden waarin geld niet alles bepaalt, maar wel de richting aangeeft.

Veelgestelde vragen

Krijgen mannen en vrouwen evenveel in het enkelspel?

In de praktijk zijn de uitbetalingen per ronde in het enkelspel doorgaans gelijk voor heren en dames.

Is dubbelspelprijzengeld per speler?

Nee, dubbelspelbedragen worden meestal als teamprijs gecommuniceerd. Je deelt dus door twee voor “per speler”.

Waarom is kwalificatiegeld zo belangrijk?

Omdat veel kwalificatiespelers weinig sponsorbuffer hebben, terwijl kosten (reis, verblijf, team) wél hard doorlopen.

Ook interessant

Alles bekijken